Indotiteitscrisis 2: gelukkig hebben we de rijsttafel nog!

Mijn moeder spreekt een aardig woordje Maleis maar de woorden die ik ken, zijn met name afkomstig uit de Indonesische keuken, zoals pedis (pittig), manis (zoet) en meraso, een mogelijk zelfverzonnen woord dat mijn moeder altijd gebruikt om aan te geven dat de kruiden goed in een gerecht getrokken zijn. Er is nog een categorie van Maleis waar ik aardig in thuis ben, namelijk de woorden die mijn moeder niet in het Nederlands durft te roepen in andermans bijzijn zoals: aduh, mahal! (duur) of aduh, bau! (het stinkt hier). Deze categorie van woorden behoren tot een van de favorieten van mijn moeder en zorgt eens in de zoveel tijd voor hilarische momenten. Zo was mijn moeder ooit vergeten dat ze in het bejaardentehuis van mijn oma was, waar immer Indonesische oudjes wonen toen ze in de gang riep: ‘Aduh! Bau!’, de kreet die ze ook per ongeluk met enige regelmaat los laat wanneer ze in Indonesië zelf is. Inderdaad, niet handig maar wel recht voor zijn raap.

Ik voel me helemaal Nederlands, maar het kleine beetje Indo dat in mij schuilt, komt naar boven zodra ik aan de rijsttafel van mijn moeder zit of als mij de geur van vaders zelfgebakken spekkoek bereikt. Die heerlijke gerechten maakt mijn moeder uit haar hoofd klaar of aan de hand van oude, bruine, met plakband bij elkaar gebonden, handgeschreven briefjes. Van haar moeder, van kennissen van haar ouders, van de ouders van mijn vader maar ook van ooms en tantes, neven en nichten, buren en noem zo maar op. Het ultieme bewijs dat Indische mensen, in ieder geval als het op eten aan komt, een grote familie zijn. Indonesië heeft een rijke eetcultuur. Eten is er erg belangrijk en in veel huizen wordt dan ook de hele dag door gekookt. Zo ontstaat regelmatig een uitgebreide proeverij van lekkernijen en als een gerecht bijzonder in de smaak valt, kunnen de gasten ook nog een handgeschreven briefje met het recept erop mee naar huis krijgen. Het zakje snoep dat mee naar huis gaat op een kinderfeestje is bij Indo’s het recept en als het even mee zit een doggy bag om ook thuis nog eens na te genieten van al het lekkers.

Toen ik op kamers ging om te studeren, begon ik het Indonesische eten toch wel een beetje te missen. Als ik dan in de weekenden naar huis ging, zorgde mijn moeder ervoor dat er iets heerlijks Indonesisch op tafel stond maar zodra ik weer mijn studentenkamertje betrad op zondagavond wist ik dat ik de komende paar dagen geen babi pangang hoefde te verwachten. Al gauw rolde ik mijn allereerste zelfgemaakte lemper in mijn studentenkeukentje. Ik ontdekte dat er op nog geen tweehonderd meter afstand van mijn huis een Indonesische toko zat en besloot vaker recepten van mijn moeder te gaan maken. Helaas kon ik de in het Indonesisch, handgeschreven papiertjes vaak nauwelijks ontcijferen en begreep ik niks van woorden als sereh, daun purut en santen. Dit probleem kon maar op een manier opgelost worden: ik moest deze fantastische gerechten vereeuwigen zodat alle liefhebbers van Indonesisch eten en vooral ook mijn familie nog generaties lang kunnen genieten van al dit heerlijks. Dit kookboek met mijn favoriete familierecepten uit Indonesië is het resultaat. Voor iedereen leuk, maar met name voor de latere generatie Indo’s waarvan de liefde voor Indonesië vooral door de maag gaat.

Selamat makan!

BRON: ‘TAHOE? EEN BOEK MET INDONESISCHE FAMILIERECEPTEN’ AUTEUR: PEGGY BOUWER.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s